Als klein kind had ik niet alleen oma’s, in Cadore had ik ook mijn drie oud-tantes, Angelina, Elvira en Nilla. Zij hadden hun echtgenoten overleefd en besloten weer samen in het ouderlijk huis te gaan wonen. Zij waren de spil van ons leven in het dorp. En niet alleen doordat hun huis aan het begin van de straat waar wij woonden stond, maar ook omdat hun voordeur letterlijk nooit op slot ging. Zij kenden iedereen in het dorp en hadden dus een oplossing voor iedere situatie. Prachtvrouwen waren het die aan het hoofd stonden van een groot boerenbedrijf, een hotel bezaten in hun eentje een ijssalon in Amsterdam opgezet en gerund hadden. En naast dit alles ook nog eens alle kinderen van (verre) familie hebben opgevangen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Met speciale gelegenheden maakten mijn oudtantes een chocolade-bitterkoekjes pudding voor ons. Ieder gezin kreeg een kom met deze overheerlijke pudding en zelfgemaakte zabaglione. Soms waag ik me er ook aan en word ik in de familie als held onthaald. Maar soms maak ik alleen de zabaglione die met droge koekjes of cake ook al heerlijk is. Natuurlijk zijn er drie versies van de pudding, iedere zuster vond haar eigen versie het best. De zabaglione was bij alle zusjes, op papier, ongeveer hetzelfde. Zabaglione maken is een eitje, maar je moet wel even opletten. Volgens mijn tante Angelina, moest je steeds dezelfde kant op draaien bij het verwarmen en als je de zabaglione niet direct opeet in de kelder bewaren. Mijn oudtante was geen fan van de koelkast

 

8/10 kakelverse ei dooiers
8/10 eetlepels suiker
8/10 eetlepels marsala

Verwarm de marsala met de helft van de suiker lichtjes tot de suiker gesmolten is. Klop de eidooiers met de andere helft van de suiker met de hand los en verwarm het au bain marie tot 70 graden, of zoals mijn tante’s zeiden “tot het een dikke saus is” en koel hem daarna zo snel mogelijk af in een bak met koud water of ijsklontjes. Ik wil de zabaglione overigens kunnen schenken en niet oplepelen en gebruik dus minimaal de dubbele hoeveelheid marsala.